Aan Mijn Bullekes
Door Jullie is Mijn hart verandert,
Door Jullie kijk Ik veel liefdevoller tegen de wereld aan,
Door Jullie heeft veel zo niet alles een andere betekenis gekregen.
Zoveel liefde,verbondenheid en vertrouwen,
Ik wist niet dat dit gevoel in Mij bestond,
Jullie laten Mijn ogen dit zien,en Mijn hart dit voelen.
Een nieuwe wereld ging voor Mij open,en deze wereld wordt door Jullie elke dag groter,
Het is een groot wonder dat de Bullenliefde Mijn leven zo heeft kunnen veranderen,
Dankzij Jullie ben Ik meer in Mezelf gaan geloven.
Steeds zie Ik en leer Ik van Jullie zoveel moois,
En ervaar dan opnieuw hoe groots Mijn eeuwige liefde voor jullie is.
Wat de toekomst Ons zal gaan brengen weet niemand,
Toch weet Ik zeker dat die heel speciaal is zolang We samen zijn.
Lieve Bullen Mijn liefde en dank is oneindig,
En Ik zal altijd trachten om Jullie ook te geven wat Ik van Jullie krijg
 
Kaatje  
Elke Dag
Zo mooi,Je glanzend donkere ogen,
Elke dag,Zie Ik daarin wat Me nog nooit heeft bedrogen.
Zo weelderig,Je heerlijke vacht,
Elke dag,Streel Ik Je daarom teder en zacht.
Zo vrolijk,Je blik naar Mij,
Elke dag,Krijg Je Me dat weer blij.
Zo lief,Die spontane likjes met Je tong,
Elke dag,Maakt Mijn hart daarvan een sprong.
Zo vertrouwd,Voelt Je lijfje lekker warm,
Elke dag,Als Ik Je steeds weer omarm.
Elke dag genieten We samen,Ik en Jij,Mijn Franse Bulldog,
Wat een geluk heb Ik met Jou toch.
Elke dag zal Ik Je koesteren en voor Je zorgen,
Daarna samen slapen op weg naar een nieuwe morgen.
Elke dag ben Ik er ook voor Jou,
En zal Je rijkelijk met Mijn liefde belonen voor Jou oprechte trouw.
Omdat Je zo bijzonder bent,
Geen enkele dag heb Ik een Mens met Jou te vergelijken gekend.
Kaatje
De roos
Ik zie het leven in een roos,
Zo mooi maar ook pijnlijk door zijn doornen.
Sommigen hebben meer doornen aan hun roos,
Maar er is niemand die eraan kan ontsnappen.
Maakt niet uit welk pad Je kiest,
En sommige doornen steken dieper dan anderen.
Maar na een tijd,
Ook al was die steek zo diep,
Zal Je de schoonheid van de roos weer zien.
Kaatje
Een boom
Een boom bloeide en groeide weelderig,
Stabiel schitterend in volle glorie.
Jaren werkten de wortels hard voor gevoelige schoonheid,
Vaak kwam uit het uiterste puntje wortel de benodigde kracht.
Plots ging de boom wat blaadjes verliezen,
Geschrokken gingen de boomwortels nog harder sjouwen.
Doch toen ook enkele takken los gingen laten,
Treurde de boom en liet even de moed om te werken zakken.
Flinke regenbuien daalden neer op de eens zo mooie massa,
En zorgden voor een zware last om te dragen.
Op een dag was er even tussen de buien door een opklaring aan de donkere lucht,
De boom staarde naar beneden en zag wat ze verloren dacht te zijn.
Aan haar wortels lagen vele takken,Haar geliefde takken zomaar op de grond,
Tranen vloeiden uit haar open wonden en deze zuiverden de berg verlies.
Toen kwam pas tevoorschijn wat afgebroken was,
En dat schepte de boom duidelijkheid.
Ze zag enkel holle takken liggen,
Takken waarvan Ze dacht dat deze door haar gestage werk gevuld zouden zijn.
Deze takken hadden dus voor haar groei en bloei eigenlijk nooit de waarde die ze bedoelde gehad,
Het ware loze tentakels zonder ent of knop.
Er tussen in zag de boom een gladde worm kruipen,
Deze worm vrat het laatste beetje voedsel van de takken.
Niks liet de worm over,Alles was nog niet genoeg,
Enkel wat schors,bodembedekkertjes bleven over.
Gelukkig ging de worm verkassen,
Weg bij de eens zo fiere boom.
Kort daarna ging een voorzichtig zonnetje schijnen,
Een zonnetje dat feller werd en de boom opnieuw haar waardigheid bezorgde.
De boom kreeg nieuwe knoppen die al snel in bloesem stonden,
Mooie jonge takken groeien vol energie en maken haar weer sterk.
De boom zal niet meer gebogen in de buien staan,
Ze zal haar pracht wederom hoeden en moedig met trots koesteren.
De boom heeft nu losgelaten wat haar beperkte in haar natuurlijkheid,
En dat heeft haar goed gedaan.
Ik,Kaatje
Jij
  
Jij kan als de beste zoenen,  
Ik kan dan Mijn kin weer boenen. 
 
In Mijn neus hangt vaak een luchtje,  
Dan vliegt er van Jou een ruftje.  
Ben Je weer eens in de rui,  
Verschoon Ik drie maal daags mijn trui.  
Ben Jij aan het snurken of knorren,  
Lig Ik stilletjes te luisteren,wakker geworden.  
Jij ligt breed in Mijn bed,  
En Ik op 't randje,'t past maar net.  
s'Morgens een natte lik op Mijn wang,  
Want dan slaap Ik volgens Jou te lang. 
 
Ik loop buiten in weer en wind,  
Tot Jij een plekje voor Je plasje vind.  
Met Je stralende ogen krijg Jij altijd Je zin,  
Ja die kijkers van Jou zijn heel slim.  
Maar Jij maakt ook dat Ik lach,  
Steeds opnieuw,iedere dag. 
 
Jij bent grappig en spontaan,  
Kruipt zo lekker tegen Mij aan.  
Jij houdt van Mij,en Ik van Jou,  
Dan bedenk Ik,dit is geluk nou. 
 
Het is een voorrecht zo samen te leven,  
Ik zal Je nu eerst een lekker kuske geven.
  
Oh dit vergat Ik nog,  
Ik heb het over Mijn Franse Bulldog.
Kaatje
Nooit
Nooit de moed opgeven,
Ook al is het (leven) soms zwaar.
Durven om verder te leven, 
Met,voor of gewoon naast elkaar.
 
Nooit zomaar accepteren, 
Laat een uitdaging niet staan.
Huilen ,Lachen ,knokken en leren, 
Om toch weer verder te gaan.
 
Probeer het maar, 
Geef het niet te snel gewonnen, 
Iets of iemand staat altijd ergens klaar. 
Kaatje
Rust
Mijn Stilte,Mijn rust,Mijn plekje
Een rustige pauze verbonden tussen het heden en verleden, 
Op weg naar de toekomst. 
Een rustplaats om bij te komen van alles wat is gebeurd. 
Niet denken aan toen, niet denken aan straks. 
Rust
Lekker ontspannen uitrusten van het dagelijks leven, 
Nog zo veel te doen,Maar nu even weg. 
Niet treuren om de zorgen en gaten, 
Niet denken aan liefde en geluk. 
Rust
Bijkomen van de pijnen en belevenissen 
Hoofd leeg,Geen woorden om te zeggen.
Geen gedachten om te denken,
Zintuigen uitgeschakeld.
 
Rust
Eindelijk even Je ogen kunnen sluiten zonder bang te zijn, 
Niet denken dat Je eenzaam zou kunnen zijn. 
Even,Heel even verlost van de pijn,
Niet huilen,Niet lachen...niks hoeft.
Rust
 
Even verlost van het leven,
Even niet draaien,Vallen en weer opstaan. 
Gewoon even lekker weg zijn,Niemand tot last zijn, 
Maar nog altijd bestaan. 
Rust
Een paradijs,Een plek om alles weer recht te zetten, 
Een plek om te geven en te nemen,Vergeven en vergeten. 
Een plek die niet bestaat,Maar die je zelf wel kunt maken,
Een troost die sterker is dan ooit. 
Rust
Ik kom graag regelmatig op dat plekje,
Mijn eigen paradijs.
Het is er goed voor even,
En dan ga Ik uitgerust weer fijn naar huis.
Rust
Mijn plekje,
Een eilandje in Mijn hoofd.
Nimmer door anderen betreden,
Tis van Mij alleen.
Rust
Bouw ook zo'n plekje in Jou hoofd,
Het kost Je niks,
Maar geeft Je veel.
Rust
Mijn en Jou leven is mooi,kostbaar en belangrijk,
Met wat stille rust op zijn tijd.
Kaatje
Soms
Soms ben Ik bang,
Is het niet teveel geluk wat Ik verlang.
Ook al ben Ik een tevreden Mens,
Er is altijd wel iets wat Ik nog wens.
Ik heb veel verloren maar ook gekregen,
En mocht gelukkig ook geven in Mijn leven.
Vaak deed iets Me zo verschrikkelijk zeer,
Maar Ik leerde steeds opnieuw het lachen weer.
Vallen,Opstaan en weer verder gaan,
Das de kern van Mijn bestaan.
Een lach en een traan dat is Mijn macht,
Beide geven ze Me steeds kracht.
Ik heb wijs en dom gedaan,
Maar altijd achter Mijn 'doen' gestaan.
Daardoor kan Ik Mijn spiegelbeeld bekijken,
En hoef dat niet te ontwijken.
Daarom durf Ik ook nog te dromen,
Hoop stilletjes dat er wat van uit mag komen.
Mijn dromen zijn een deel van Mijn geluk,
En steeds opnieuw krijg Ik daarvan een stuk.
Dan ben Ik voor even niet meer bang,
Weet dat Ik niet teveel verlang.
Want Ik ben een tevreden Mens,
Met gewoon zo nu en dan een bescheiden wens.
Kaatje

Stil

Ik ben op het moment wat stil,

Stilletjes nadenkende weet Ik al wat Ik wil.

Ik zoek naar nieuwe wegen,

Verdriet,Oud zeer en nutteloze hersenspinsels wegvegen.

Mooie dierbare herinneringen bewaren,

Die zullen nooit verjaren.

Doch Ik hoef van Mezelf niet te wagen,

Iemand de weg te vragen.

Die weg vind Ik vast en zeker alleen,

Al weet Ik nu nog niet zo goed waarheen.

Ik heb in Mijn hoofd zoveel vragen,

maar zal niemand ooit het antwoord vragen.

Het antwoord wat Ik zoek geeft Mij het leven,

Vanzelf komen dan die nieuwe wegen.

Ik heb in mijn leven al zoveel gezocht en uiteindelijk gevonden

Niet altijd zonder slag of stoot,soms met wat wonden.

Dan wordt Je ouder en denkt het zoeken houd nu zeker op,

Maar Ik kan Je verzekeren zoeken naar nieuwe wegen of antwoorden,

Stopt pas met Mijn de laatste ademtocht.

Dus Ik zoek en zal de weg weer vinden en dat pad gaan,

Zal ook op dit pad Mijn mannetje trachten te staan.

Ik zoek nog even stilletjes door,

En voel dat Ik al wat ballast verloor.

Ik kan al iets luchtiger denken,

Weet zeker dat het leven Me weer een mooi pad gaat schenken.

Kaatje

 
 
 
Waarom
Waarom,Dacht Jij niet na,
Waarom,Moest Ik geboren worden.
Waarom,Hou Je niet van Mij,
Waarom,Geef Je meer om geld.
Waarom,Ben Je niet eerlijk,
Waarom,Doe Je zo onmenselijk.
Waarom,Deed Je Mijn Moeder pijn en verdriet,
Waarom,Zag Je Haar als broedmachine.
Waarom,Moest Ik zo vroeg bij Haar vandaan,
Waarom,Wilde Je Mij hebben.
Waarom,Ben Ik nu zo ongezond,
Waarom,Geef Jij Mij een leven dat geen leven is.
Waarom,Laat Jij onwetende Baasjes duur betalen,
Waarom,Moeten Zij en Ik boeten.
Waarom,Verdien Jij Mijn straf,
Waarom,ben Jij zo fout.
Omdat,Jij geld als het grootste goed ziet,
Omdat,Jij nooit genoeg hebt.
Omdat,Jou hart van steen is,
Omdat,Jij lak hebt aan leed van Mens en Dier.
Daarom,Zal Ik ziek zijn en jong sterven,
Daarom,Moet Ik een zware last dragen.
Daarom,Zullen Mijn Baasjes huilen,
Daarom,Zal Ik samen met Ze treuren.
Daarom,Is het enige wat Mij kan verlossen de dood,
Daarom,Is voor Mij sterven waar Ik naar uitkijk.
Daarom,Ben Jij slecht,
Daarom,Zal Je met al Je geld nooit echt gelukkig zijn.
Dat,Is wat Jij verdient,
Dat,Is waar Jij zelf om vraagt.
Ga,Het ongeluk wat Jij Mij geeft zelf tegemoet,
Ga,Door met Jou ontevreden leven.
Denk,Nooit meer aan Mij,
Denk,Maar aan al dat bloedgeld.
Ik,Ben nu klaar met Mijn leven en Jou,
Ik,Kan sterven zonder wroeging,Jij niet.
Dag,Broodfokker,Dag Handelaar,
Dag,Van een Pupke dat één van de velen was.
Kaatje
Als Ik . . . . . .

Als Ik ruik is het hemels lekker,
Jou geur is magnifiek,Ja uniek.

Als Ik voel is het zo tastbaar,
Jou vachtje geeft Me warmte en geborgenheid.

Als Ik kijk is het wondermooi,
Jou ogen,Die weerspiegelen in de Mijne.

Als Ik denk is het aan Jou,
Jij bent Mijn ziel en zaligheid.

Als Ik slaap droom Ik van Jou,
Jij bent Mijn sprookje in de stilte.

Als Ik Mezelf ben is dat samen met Jou,
We zijn één nu,Toen en altijd.

Of Je nu bij Me bent of heen gegaan,
Waar Je ook naartoe ging
We zijn verbonden,Voor altijd,
Ik zal Je nooit vergeten.

Kaatje.
Mijn gedachten over alle Lieverds die bij Me zijn,
Die elders wonen of zijn gestorven.
 Iedere dag

Iedere dag lach Ik om Je,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag vermaak Je Me,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag ontroer Je Me,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag verbaas Je Me,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag kus Je Me,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag accepteer Je Me,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag krijg Ik respekt van Je,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag leer Ik van je,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag maak Je speciaal voor Me,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag ben Je er voor Me,
Iedere dag hou Ik daarom van Je.

Iedere dag ben Ik zo dankbaar en zorg voor Je,
Iedere dag hou Ik oprecht van Je.

Iedere dag ervaar Ik Je toewijding en trouw,
Kon Ik maar evenveel betekenen voor Jou.

Jij lieve Franse Bulldog,
Voor altijd deel van Mijn leven,
Ik zal Je nooit genoeg terug kunnen geven.

Kaatje
Nachtenlang
Nachtenlang was Ik al wakker, 
Van de zorgen, 
Maar nog meer omdat het zo mooi was. 

Ik kon het maar niet laten om Mijn handen om Lievekes buikje te houden, 
De Pupkes bewogen zo wonderlijk onder Haar huidje. 
Elke beweging duwde Mijn vingers omhoog, 
En elke keer weer werd Ik daar warm en stil van. 

Lieveke lag dan met Haar rugje tegen Mij aan, 
Haar kopje op Mijn gestrekte arm, 
En Mijn andere arm over Haar heen. 
Ik durfde niet te bewegen, 
Bang dat Ik die momenten verstoorde. 
Mijn arm,Ja Mijn hele lijf ging in kramp van de houding, 
Maar dan deed Lieveke Haar snoetje omhoog en keek Ze Me met die glanzende ogen aan, 
Huppekee,Weg was de kramp,Ik voelde het meteen niet meer. 

Nu zijn Haar Kindjes geboren, 
En wederom zullen het lange nachten worden. 
Nachten van zorgen,Maar meer nog het mooie, 
Ik ga dat net als altijd koesteren, 
Kramp of slapende voeten zal Ik niet voelen. 

Want vanmiddag al keek Lieveke Me weer aan met die terug helder zijnde glanzende ogen, 
Ik voelde dat Ze Me nog steeds vertrouwd, 
En dat deed Me weer warm en stil worden. 

Zij en Ik gaan samen Haar Kindjes verzorgen, 
Lieveke een deel meer als Ik, 
Maar samen zullen We Ze koesteren,Verzorgen en liefhebben. 

Lieveke,Mijn Lieveke en Ik, 
Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe het voelt dat Lieveke Mijn Lieveke is, 
Mijn Meiske,Het dappere Moederke,De vrolijke ondeugd, 
Het wezentje dat Mij ondanks dat Ik Haar Fokker ben vertrouwd. 

De komende acht weken zullen nachten om van te dromen zijn, 
En in die dromen zal de nacht nooit lang genoeg duren.
Kaatje
 
Mijn Bullen Gezinnetjes

Ze kijkt Me met Haar donkere ogen vragend aan,
Met een blik van Jij weet het he,
Het is tijd Ze gaan komen.
Geruststellend aaiend over Haar harde bolle buik,
Voel Ik de Pupkes bewegen.
En Ik weet,Dat Zij weet,Dat Ik het weet,
Dat Ze snel nieuw leven zal gaan geven.
Het eerste Pupke wordt al snel geboren,
Maar er zouden er nog meer volgen.

De kleintjes vertederen mijn hart,
Hulpeloze kleine biggetjes.
Oogjes gesloten oortjes dicht,
Ze krijgen in ieder geval,
Een liefdevolle start.
Vertederend zoals Ze op een hoopje,
Bij elkaar liggen te slapen.
En moeder verzorgt haar jonge kroost,
Ze is aan het waken.

Pas als Haar Kinders de wereld in gaan kijken,
En de geluiden gaan herkennen kan Ze even rust nemen.
Hoeft Ze niet meer steeds te wassen en tot troost te zijn,
Ze is slim,want de natuur geeft Haar die rust.
Voor een paar uur vrij,
Zij die steeds bij elk klagend geluidje sust,
Haar liefdevolle instinct leert Ze precies wat Ze moeten doen

Van zo'n Moederke met kleine hulpeloze Wezentjes,
Daar kunnen Wij Mensen nog een hoop van leren.
Zij geven liefde en warmte zullen zich niet tegen Je keren,
Hun trouw daar kan Je van op aan.
Ze geven Mij een innerlijke kalmte,
Nee,Ze voelen Me juist aan.
Door die eigenschappen is het dat Ik zoveel van Ze hou,
En blijf Ik ook Hun in Mijn hart voor altijd trouw.

Al wankelend wandelen Ze langzaam de wereld in,
En weten Me al snel te vinden,
Ze zijn al vele malen groter geworden als in het begin.
Het zijn kleine dikkertjes op korte pootjes,
Ze weten van wanten maar wiebelen echt nog aan alle kanten.
Lekker speels,Ik hoef Me dan echt niet te vervelen.
Het gaat zo snel,Van al de liefde die Ze me geven zal Ik genieten,
Elke dag maar weer,acht weken lang,vierentwintig uur per dag.
Want We zullen Ze ook snel de ruimte moeten geven,
Op weg naar een fijn leven.

Telken weer als een Pupke het huis gaat verlaten ,
Zal Ik moeten slikken,en de stilte weer toe laten.
Maar Ik geniet van elke Pup die met lieve Baasjes naar huis gaat
Hopelijk ervaar Ik dit telkens weer.

Het is Mijn leven,Mijn droom,Mijn hoopvolle gedachten,
Om steeds op dat nieuwe geluk te mogen wachten.
Te mogen liefhebben,zorgen en observeren,
En wederom van vooral de onbaatzuchtige liefde te leren.

Kaatje
 
 
Zoveel

Vaak voel Ik verdriet en gemis,Ben zoveel kwijt,
Denkende dat het niet slijt.

Zoveel verloren,Ze zijn weg,Gestorven,
Liefdes die Ik koesterde,Om Me heen had verworven.

In eenzame momenten komt dan weer die traan,
Voel Ze om Me heen,Doch het is in werkelijkheid maar een waan.

Heel even mag Ik dan klein en zielig zijn,
Mezelf laten gaan in een alles omvattende pijn.

Ik ben dan zo alleen en voor de toekomst bang,
Maar wil dat niet te lang.

Dan strek Ik Mijn rug,Hef het hoofd,
Er is immers zoveel in het nu ,Het heden dat zoveel heeft en nog belooft.

Zoveel is er om Me heen,Zoveel heel bijzonder,
Ik ga en wil niet in zoveel herinneringen ten onder.

Dat nu en de toekomst is evenzo speciaal,
Dus weg die gedachten uit Mijn hoofd,Niet zoveel gemaal.

De traan is weg,Mijn ogen weer droog,
Even werp Ik een blik omhoog.

Dan kijk Ik rond in Mijn huis,Hoofd en hart,
En zie niet meer zoveel donker en zwart.

Zoveel geluk en kleur om Me heen,
Het is daarom dat Ik niet zoveel meer ween.

Want Ik ben niet zoveel alleen,
Heb immers zoveel wat Me nodig heeft om Me heen.

Er is zoveel wat Ik heb en krijg,
Weg traan,Weg verdriet,Zwijg.

De herinneringen en het gemis komen en gaan,
Ze blijven altijd een deel van Mijn bestaan.

Maar vandaag is er ook,En zoveel is er goed,
Dat geeft Me zoveel rust en zoveel moed.

Zoveel verloren,Zoveel hebben,Zoveel verwachten,
Wat ben Ik rijk met zoveel in het nu en zoveel herinneringen in gedachten.

Ik heb zoveel,
Dat maakt Me wie Ik ben,Elk stukje 'zoveel' is daarvan een deel.

Zoveel gisteren,Zoveel nu,Zoveel vandaag,
Zoveel wat Ik dankbaar,Trots en gelukkig draag.

Kaatje




 
Van die dagen

Van die dagen dat Ik denk waar doe Ik het voor,
Van die dagen dat Ik denk hoe kom Ik deze dag weer door,
Die dagen waar maar geen end aan komt.

Je weet dat het weer morgen wordt,
En morgen denk Je,
Wat jammer dat Ik die dag zomaar voorbij heb laten gaan.

Want morgen ziet de wereld er weer anders uit
Morgen is het weer leuk

Had Ik nou gisteren deze dag maar gehad,
Dan was vandaag een leuke dag geweest.

Van die dagen hebben We allemaal,
De dagen zonder end,En zonder glans,
Maar ook de dagen schitterend mooi en veel te kort.

Alle dagen zijn uniek,Bijzonder en waardevol,
Koester de dag van gisteren,Geniet van die van vandaag,En kijk uit naar morgen.

Kaatje


 
Anders dan anderen

Geleefd worden door Mensen,
Niet beantwoorden aan Hun ideaal.
Voorbij lopen aan Eigen wensen,
Moet Ik dit zomaar allemaal?.

Juist dat anders zijn dan Anderen,
Niet compleet of zonder mankement.
Ik wil daar niets aan te veranderen,
Het is iets dat voor een Ander vast niet went.

Ik doe daarom gewoon Mijn ding,Leef Mijn leven,
En ga Me niet in een opgedwongen leven begeven.
Yep,Ik doe wat Ik wil,
Soms luidruchtig,En dan weer eens stil.

Ik pak de dag,
Soms met een traan,Dan weer met een lach.
Ik ben wie Ik ben,
En blijf het Mens dat Ik zelf goed ken.

Kaatje